De omgevingswet nieuw financieel drama?

 

Wordt de Omgevingswet het volgende financiële drama?  

Column Eugeen Hoekstra

Terwijl de gemeente Schagen zich klaar maakt voor de Omgevingswet staat deze wet, die alle wetgeving rond ruimtelijke ordening en de leefomgeving overbodig maakt, op losse schroeven. Bij gemeenten, softwareleveranciers en Eerste Kamerleden bestaan grote zorgen over de haalbaarheid van de Omgevingswet, die in 2021 zou moeten ingaan.

Softwareleveranciers hebben grote twijfels of ze die klus wel aankunnen. Ook zijn er zorgen dat de wet een “financiële mistbank” gaat worden voor de gemeenten. Verder is er grote zorg over de functionaliteit van het Digitaal Stelsel voor de Omgevingswet (DSO). De vrees bestaat dat dit stelsel onvoldoende ondersteuning biedt aan initiatiefnemers. Ten derde zijn inwoners en bedrijven nog niet voldoende voorbereid. En tot slot zijn er zorgen over de afstemming tussen overheden.

De uitvoering van de Omgevingswet wordt door het Rijk in de schoenen van de gemeente geschoven. Dit doet denken aan de decentralisatieoperatie in 2015. Vijf jaar later: het is een drama geworden. Gemeenten klagen over financiële tekorten, burgers klagen over ondermaatse ondersteuning en zorg en ambtenaren worstelen met verstikkende regels. Dit nooit meer, zou je verwachten maar tot nu toe is er bijna niemand die zegt ‘we moeten stoppen met de Omgevingswet. Dat wordt een drama.’

Dat is niet helemaal waar. Gelukkig zijn er gemeenten die uit een ander vaatje tappen en waarschuwen voor de gevolgen van de Omgevingswet. Vooral het optuigen van een landelijke database wordt twijfelachtig genoemd. We weten het: ICT en overheid, dat eindigt bijna altijd in hele dure fiasco’s.

De gemeenten laten zich snel overhalen door het Rijk, omdat ze loyaal willen zijn aan de hogere overheid. Ze denken dat ze veel beleidsruimte krijgen en dito bevoegdheden om de taken te kunnen volbrengen. We weten intussen dat dit niet zo is. Het Rijk verandert de spelregels zo snel als haar goeddunkt.

Wat te denken van bijvoorbeeld artikel 5.52 van de Omgevingswet? Dat zorgt ervoor dat behalve de minister, ook de provincies en de waterschapsbesturen het gemeentelijk omgevingsplan met hun eigen regels kunnen wijzigen. Dit wordt de volgende mislukte decentralisatie.

Het lijkt een mooie wet de Omgevingswet, omdat een hele boel procedures overbodig worden en omdat burgers met één oogopslag op de site kunnen zien waar wel en waar niet gebouwd mag worden, waar het groen moet blijven en waar er industrie mag komen. Het doel is om het ruimtelijk beleid eenvoudiger en makkelijker inzichtelijk te maken.

Toch goed? Nee, de wet heeft dictatoriale trekjes. Weliswaar vindt men het van belang dat burgers mee mogen praten, maar de wet kent geen bepaling dat dit moet. De plicht voor gemeenten om draagvlak te realiseren onder de bevolking ben ik er niet tegengekomen. Het is vrijblijvendheid troef.  

Dat de ruimtelijke ordening in de vorige eeuw in handen is gekomen van de provincies en de gemeenten wordt door landschapsdeskundigen als een grote fout gezien. Ze wijzen erop dat sindsdien een ernstige verrommeling van de buitengebieden in Nederland heeft plaatsgevonden. Ze hebben gelijk. Kijk naar de Wieringermeer. Deze is vol geplempt met grote grijze dozen.

Ook tussen Hoorn en Wognum zijn langs de A7 veel fabrieken gekomen die het uitzicht op de landerijen hebben weggenomen. Vooral de gemeenten prefereren het economisch belang boven het natuurbelang en veranderen bestemmingsplannen in één oogwenk.  Dan is het goed dat er provincies zijn die af en toe aan de noodrem trekken.

Wethouder Klaas Valkering (CDA) uit Bergen (NH) heeft zijn twijfels over de nieuwe wet. In de NRC zegt hij ‘zo ging het ook met de drie decentralisaties. Het Rijk belooft ons een efficiencytoeslag die alles goedkoper gaat maken, maar we krijgen er ondertussen allerlei taken bij waarvan we de kosten en moeite nog niet kennen. Iedereen proeft dat.’

De grootste zorg van de gemeenten is het digitale systeem waarop de Omgevingswet leunt. Het heeft al geleid tot menig crisisoverleg op het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Eugeen Hoekstra

Reactie lezer:

Peter   28-12-2019 10:48:59

Ach, de gemeente Schagen pakt het subtieler aan. Daar roept men van de daken, dat de mening ”van de burger” uitdrukkelijk wordt gevraagd, om vervolgens  helemaal niets te doen met de aangedragen suggesties. In dat opzicht verschilt de gemeente Schagen niets van de provinciale en de landelijke overheid.

 

 

Aantal gedecoreerden in Hollands Kroon

Vijf inwoners onderscheiden met een lintje

 

 

De meeste mensen die een lintje krijgen worden benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Mensen die lange tijd vrijwilligerswerk doen en zo een bijdrage leveren aan de samenleving komen in aanmerking voor deze onderscheiding. Hoewel de onderscheiding heel erg lijkt op de Ridder-onderscheiding, is hij in het echt net iets kleiner.

 

26-04-2019

Vrijdag 26 april hebben vijf inwoners bij de Algemene Gelegenheid (ofwel de Lintjesregen) een Koninklijke Onderscheiding gekregen. Vier inwoners hebben hun Koninklijke Onderscheiding uit handen van burgemeester Rian van Dam gekregen. De vijfde inwoner heeft de onderscheiding uit handen van de minister op een locatie elders in Nederland gekregen.

Allereerst onze felicitaties aan de vijf inwoners, gewoon hartstikke goed en terecht.

 

Dan denkende aan het inwoners aantal van 47.815, en kennis hebbende van de geweldige aantallen vrijwilligers die deze gemeente inspireren op vrijwel alle gebied, is dat aantal gedecoreerden mager, TE mager.

 

Ik roep alle besturen van verenigingen op zich te realiseren dat de vrijwilligers in uw jeugd en senioren afdelingen, die zonder enige vorm van tegemoetkoming hun reis en vrijetijd opofferen, best een andere vorm van erkenning willen dan uw warme hand en schouderklop. Draag deze mensen voor aan uw gemeente voor een koninklijke onderscheiding. Denk niet alleen aan uw vereniging in detail zoals begroting en financiën. Denk aan uw vrijwilligers !!!

 

Wim Hermans

Deelnemer Onafhankelijke Betrokken burgers.